Straalstroom in winter sterker, uitzonderlijk zwakke dagen schaarser
Reinout van den BornIn de winter lijken zuidwestelijke winden tegenwoordig oppermachtig te zijn, daar waar andere windrichtingen in de overige seizoenen wel vaker aan bod komen. Een verandering in het gedrag van de straalstroom boven de oceaan is hier mogelijk de oorzaak van, ontdekten onderzoekers.
Die straalstroom, boven de Atlantische Oceaan en Europa, is in het winterhalfjaar gemiddeld sterker geworden. Ook ligt hij dan vaker noordelijker dan vroeger. Daarbij zijn het juist de dagen waarop deze stroming uitzonderlijk zwak is, die minder vaak voorkomen. Onderzoekers ontdekten dit door bijna drie eeuwen aan dagelijkse luchtdrukmetingen te vergelijken. Wat zegt deze ontdekking over ons winterweer?

De straalstroom is de motor van ons weer
De straalstroom is een band met sterke wind op grote hoogte. Zijn ligging en sterkte bepalen hoe hoge- en lagedrukgebieden bewegen en welke luchtsoort ons bereikt. Is het daarbij zoals meestal zachte lucht die over Europa stroomt, of krijgt koude lucht uit het noorden of oosten een keer de ruimte? Voor het antwoord op deze en andere vragen kijken meteorologen vaak naar de positie en kracht van de straalstroom.
Hoe de straalstroom zich op een langere termijn gedraagt, is lastig vast te stellen. Satellieten en moderne weeranalyses zijn voor maar een beperkt deel van de geschiedenis beschikbaar. Onderzoekers van de Universiteit van Bern gingen daarom op zoek naar een andere manier om het verleden te kunnen reconstrueren en vonden die in de vorm van oude luchtdrukmetingen uit Londen, Berlijn, Padua en Uppsala. Samen geven die metingen een beeld van de grootschalige stroming boven het Atlantisch-Europese gebied, dag voor dag terug tot in het jaar 1725 en aan de hand daarvan was ook informatie over de straalstroom te verkrijgen.
Sterker, en in het winterhalfjaar noordelijker
De onderzoekers probeerden op basis van die metingen drie maatstaven te bepalen: één voor de sterkte van de stroming, één voor de noord-zuidligging ervan en één voor de hoek waaronder zij over Europa loopt. Hieruit konden ze de invloed van de straalstroom op de luchtdruk aan de grond afleiden. Want, ook op deze manier hebben de wind op grote hoogte in 1725 natuurlijk niet rechtstreeks kunnen meten.

Uit de reconstructie blijkt dat de stroming in het winterhalfjaar gemiddeld sterker is geworden en noordelijker is komen te liggen. De verandering in sterkte is overigens niet enorm: de onderzoekers becijferen een toename van 0,13 standaarddeviatie ten opzichte van de pre-industriële periode. Opvallender is misschien wat er aan de onderkant van de verdeling gebeurt. Dagen waarop de stroming volgens hun maatstaf 'uitzonderlijk zwak' is, zijn in de recente periode schaarser geworden.
Dit betekent overigens niet dat onze winters nu allemaal hetzelfde verlopen. De straalstroom wisselt nog steeds voortdurend van sterkte, richting en ligging. De onderzoekers laten juist zien hoe groot de gevolgen van zulke wisselingen kunnen zijn. Uitzonderlijke uitslagen van hun drie maatstaven gingen in het verleden geregeld samen met onder meer kou, sneeuw, zware neerslag en storm.
Wordt de straalstroom dan ook rechter?
Dat is een verleidelijke gedachte: als een stroming sterker wordt, zou zij misschien minder gaan slingeren. Maar die conclusie kun je uit dit onderzoek niet trekken. De onderzoekers bepaalden wel de kanteling van de stroming, maar maten niet of de straalstroom als geheel minder bochten maakt. De kanteling beschrijft de richting waarin de straalstroom over het gebied loopt, niet hoeveel bochten hij maakt. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de straalstroom vaker dan vroeger vanuit het zuidwesten Europa binnenkomt.
Ook het woord extremen vraagt om meer uitleg. In de waarnemingen gaat het vooral om de afname van uitzonderlijk zwakke stromingssituaties in het winterhalfjaar. Klimaatmodellen laten in hun verwachtingen voor later deze eeuw een bredere afname van extreme waarden in de onderzochte straalstroommaatstaven zien. Dat is nog steeds een toekomstverwachting, geen verandering die op al die punten al overtuigend in de historische metingen is aangetoond.
Wat betekent dit voor extreem weer?
De onderzoekers zien een duidelijk verband tussen de standen van de straalstroom en uiteenlopende vormen van extreem weer in Europa. Minder extreme standen zouden de kans op sommige soorten weerextremen kunnen verkleinen. Maar daaruit volgt niet dat hittegolven, zware regen of stormen in het algemeen minder vaak zullen optreden. Ook andere veranderingen in het klimaat spelen daarbij een rol.
Bovendien blijft nog onduidelijk waarom de modellen voor de toekomst minder extreme waarden in de straalstroommaatstaven laten zien. Daar moet nog worden onderzocht. Dus, ook al verandert de straalstroom boven onze omgeving, wat die verandering voor de uitersten van ons weer betekent, is nog niet echt duidelijk.
Bron: Brönnimann, Brugnara en Kallabis, Nature Geoscience (2026).
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Warmterecords voor Spanje? Sevilla en Cordoba bloedheet
Golfstroom sterker geworden. Spreekt dat het AMOC-verhaal tegen?
De achterdeurtjes van de komende, vrijwel zeker zachte winter
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










