Hogedrukgebieden zijn tegenwoordig de ‘schrik’ van de zomer

Foto boven: Door de vele hogedrukgebieden van de laatste tijd is de lucht in Nederland vaak blauw, zoals vanochtend alweer boven Texel - Frans Alderse Baas

Hogedrukgebieden zijn in het weer sinds februari dominant. In de seizoensberekeningen van de verschillende weermodellen voor de komende maanden lijkt die dominantie voorlopig aan te houden. Wat zijn hogedrukgebieden eigenlijk precies, hoe ontstaan ze en wat kunnen we er de komende tijd van verwachten?

Advertentie

Een hogedrukgebied is een plek in het weer waar de lucht daalt. Op de barometer zie je dit terug doorat de luchtdruk stijgt. Er komt op grondniveau van boven (doordat de lucht daalt) meer lucht bij. Aan de grond stroomt die lucht weer weg. Dat remt de luchtdrukstijging.

Door de vele hogedrukgebieden van de laatste tijd is de lucht in Nederland vaak blauw, zoals vanochtend alweer boven Texel - Frans Alderse Baas
Door de vele hogedrukgebieden van de laatste tijd is de lucht in Nederland vaak blauw, zoals vanochtend alweer boven Texel - Frans Alderse Baas

Drie soorten hogedrukgebieden

Er bestaan in het weer drie soorten hogedrukgebieden: het dynamische hogedrukgebied, het thermische hogedrukgebied en het orografische hogedrukgebied. Die laatste twee soorten zijn in dit verhaal niet belangrijk en laten we verder rusten.

Het dynamische hogedrukgebied hangt samen met het stromingspatroon in de atmosfeer. Lucht beweegt niet alleen in de horizontaal, maar ook in de verticaal. Alles is daarbij op het handhaven van evenwichten gebaseerd. Als de lucht op de ene plek naar links stroomt, zal de lucht op een andere plaats net zoveel naar rechts moeten stromen.

Woestijngordels in gebieden met dalende lucht

Ditzelfde geldt voor lucht die in de verticaal beweegt. Er zijn plekken waar de lucht stijgt. Dit betekent dat – opnieuw met het evenwicht in het achterhoofd – er andere plekken moeten zijn waar de lucht net zoveel daalt.

Advertentie

Zo stijgt de lucht in gebieden rond de evenaar, om vervolgens rond 30 graden noord en 30 graden zuid weer te dalen. Daar bevinden zich hogedrukgordels (met dalende lucht), zoals het voor ons belangrijke Azorenhogedrukgebied. Onder die gordels met dalende lucht, vinden we woestijngordels terig, zoals de Sahara, de woestijnen in de VS en Australië.

Twee straalstromen

Aan weerszijden van de evenaar bevinden zich zowel op het noordelijk halfrond als op het zuidelijk halfrond twee straalstromen, de subtropische straalstroom (rond 30 graden noord en zuid) en de polaire straalstroom (rond 60 graden noord en zuid).

Speelt die subtropische straalstroom een belangrijk rol bij de vorming van de eerdergenoemde hogedrukgordels, de tweede straalstroom (de polaire) brengt de dynamiek van het weer in de gematigde klimaatgebieden (waar Nederland ook bij hoort) teweeg. Met de opeenvolging van hoge- en lagedrukgebieden. Waarbij de lagedrukgebieden de weersystemen zijn waarin de lucht stijgt en de hogedrukgebieden de systemen waarin de lucht daalt.

Wat hier stijgt, moet daar dalen

Ook hier geldt het principe dat wat in de lagedrukgebieden stijgt ergens anders weer moet dalen. Zo wekt ieder weersysteem met stijgende luchtbewegingen in zijn omgeving weersystemen met dalende luchtbewegingen op. Oftewel: ieder lagedrukgebied veroorzaakt om zich heen zijn eigen hogedrukgebieden. Je kunt het een niet los van het andere zien.

Het hangt in de gematigde breedten allemaal samen met de mate waarin de straalstroom golft. Is hij sterk en recht, dan zien we een depressietrein van west naar oost gaan. En is er op noordelijke breedte nauwelijks sprake van hogedrukgebieden. Ten zuiden van de depressietrein des te meer. Het zijn de periodes de noordelijke helft van Europa zeer veel neerslag krijgt, terwijl het in de zuidelijke helft van Europa juist erg droog is.

Meer golven, meer hogedrukgebieden

Op de momenten dat de straalstroom gaat golven, weten hogedrukgebieden zich meer en meer tussen de depressies in de depressietrein door te wurmen. Worden de golven echt groot, en blijven ze langere tijd op dezelfde plek liggen, dan kan zo’n hogedrukgebied dominant, of in de meteorologie blokkerend worden. Blokkerende hogedrukgebieden zien we vaak aan de oostkant van oceanen terug. In het westen van de VS dus, maar ook in Europa.

In een geblokkeerde situatie komen de subtropische en de polaire straalstroom zo ver uit elkaar te liggen dat boven Europa een groot gebied met weinig stroming ontstaat. Hogedrukgebieden voelen zich daarin als een vis in het water. Ook nu hebben we zo’n situatie.

Dalende lucht warmt op

Wat belangrijk is om in je achterhoofd te houden, is dat de dalende lucht in hogedrukgebieden opwarmt (dalende lucht wordt door de stijgende luchtdruk, lager in de atmosfeer, samengeperst) en ook opdroogt (warmere lucht kan meer vocht bevatten). In hogedrukgebieden is het daardoor vaak onbewolkt en vooral in de zomer warm.

Doordat vanaf het aardoppervlak als gevolg van thermiek ook altijd lucht opstijgt, bevindt zich op enige hoogte in de atmosfeer een laag waar de stijgende en de dalende lucht met elkaar in botsing komen. Daar wordt de lucht nog eens extra samengeperst. Dit resulteert erin dat hier een extra warme luchtlaag komt te liggen. Een deksel op de pan. Een warme deken boven ons die luchtlaag eronder afsluit van de veel diepere luchtlaag erboven.

Een dergelijke opbouw van de atmosfeer is in de zomer erg bepalend voor hoe warm het kan worden. Zodra zo’n warme deken in een hogedrukgebied is opgebouwd, hoeft de zon overdag alleen de lucht eronder nog maar op te warmen. En kan het erg heet worden. In de winter koelt die dunne luchtlaag onder de warme deken juist af, en krijgen we met laaghangende wolken, mist en in geval van vorst ook rijp te maken. Dat gebeurde dit jaar in januari.

Wat valt de laatste tientallen jaren op?

Door het opwarmen van de aarde lijkt de lucht in gebieden met stijgbewegingen niet alleen harder omhoog te gaan, maar in gebieden met daalbewegingen ook harder omlaag. Een gevolg is dat de warme dekens in hogedrukgebieden sterker en ook warmer worden. Met alle gevolgen van dien voor de temperaturen aan het aardoppervlak, vooral als het zomer is.

Ook lijkt het erop dat we in Europa vaker situaties zien waarin de subtropische en de polaire straatstroom ver genoeg uit elkaar liggen om er een stabiel hogedrukgebied tussen te laten kruipen. Vreemd is dit niet. Door het kleiner worden van de koudepoel bij de Noorpool komen beide straalstromen naar het noorden. De sterkere stijgbewegingen rond de evenaar dragen er daarbij toe bij dat de subtropische straalstroom wat in kracht toeneemt.

Beide ontwikkelingen helpen mee aan de vorming van hogedrukgebieden boven het Europese vasteland. En ook dit jaar zien we die weer volop en dat lijkt voorlopig zo door te gaan.

De ‘heatdomes’ of hittekoepels

Een naam voor de warmbloedige hogedrukgebieden is er inmiddels al: de ‘heatdomes’ of de hittekoepels. Ze zijn ook dit jaar al gesignaleerd en hebben in het zuidoosten van Europa de afgelopen weken al tot bizar hoge temperaturen aanleiding gegeven.

Mocht er de komende maanden in de huidige drukverdeling weinig veranderen, en daar ziet het vooralsnog naar uit, dan krijgen steeds meer gebieden met van tijd tot tijd extreme temperaturen te maken. En zijn ook wij in Nederland er vatbaar voor.

Droogte draagt bij aan hoge temperaturen

Het droge weer dat bij de hogedrukgebieden hoort, draagt bij aan die hogere temperaturen, zeker in de zomer. Doordat uit de droge bodems relatief weinig vocht verdampt, wordt de invallende straling van de zon alleen in warmte omgezet, en niet meer voor het verdampen van het vocht in de bodem gebruikt (wat energie kost). Het wordt op die manier extra warm.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook en X!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie