Dromen van doorgang ‘om de noord’ werd Willem Barentsz fataal
Reinout van den BornHet maximum aan zeeijs in het noordpoolgebied was aan het einde van de afgelopen winter lager dan ooit. Met het smeltseizoen nu begonnen, is de grote vraag hoe groot het deel van de Arctische Oceaan later dit jaar zal zijn dat zonder ijs komt te zitten.
Een zomer met een noordpool zonder zeeijs komt steeds dichterbij. Daarmee wordt het gebied steeds toegankelijker voor menselijke activiteit. Het is niet voor niets dat veel landen hun posities rond de noordpool aan het versterken zijn. Ook de claim van de Amerikaanse president Trump op Groenland kan niet los van deze ontwikkelingen worden gezien.

Het bedrijfsleven zit ondertussen niet stil. Er doemen nieuwe perspectieven op. Vaarroutes, die door ijs en barre weersomstandigheden vroeger ontoegankelijk waren, komen door de snelle veranderingen in het poolgebied meer en meer beschikbaar.
Dromen van een noordelijke doorvaart
Al sinds 1525, toen een Russische diplomaat voor het eerst met het idee kwam, dromen scheepvaartondernemers van een noordoostelijke doorvaart, een zeevaartroute over de poolzeeën ten noorden van Rusland langs naar het verre oosten. De route is zo aantrekkelijk omdat hij korter is dan de nu gebruikelijke route via het Suezkanaal en het af en toe onrustige Midden-Oosten verder mijdt.
In 2009 verkreeg het Duitse bedrijf Beluga Shipping als eerste een vergunning om de route zonder ijsbrekers af te leggen. Twee schepen volbrachten de tocht dat jaar in september. De verwachting is dat, als gevolg van het smeltende ijs in de poolgebieden, de noordoostelijke doorvaart de komende jaren steeds vaker en ook langduriger open gaat.
Een van de mensen die, in een ver verleden alweer, meegedaan heeft aan het (toen al) onderzoeken van delen van de route, was ‘onze’ Willem Barentsz. Hij maakte aan het einde van de 16e eeuw drie expedities op zoek naar de noordoostelijke doorvaart.
Over het leven van Willem Barentsz is niet veel bekend
Over het leven van Willem Barentsz is niet veel bekend. Zo rond 1555 moet hij in het plaatsje Formerum op Terschelling zijn geboren. Hij was koopman en wetenschapper en bouwde in zijn tijd een zekere bekendheid op omdat hij als cartograaf mooie kaarten tekende van de gebieden die het met zijn schepen doorkruiste. Zo maakte hij een atlas van de Middellandse Zee.
Aan het einde van de 16e eeuw groeide in Nederland, toen nog een zeevarende natie van formaat, de behoefde een eigen, snelle handelsroute naar China en Indië, zonder de bemoeienis van bij voorbeeld Portugal, dat destijds de wereldzeeën beheerste.
Toen de vermoedens steeds hardnekkiger werden dat in de zomer ook ‘om de noord’ naar Azië gevaren zou kunnen worden, bleek het dan ook niet moeilijk geld los te krijgen voor dergelijke expedities. De naam Willem Barentsz viel daarbij als vanzelf.
Een eerste expeditie in 1594
Op 15 juni 1594 vertrok een eerste expeditie, bestaande uit 4 schepen, naar het noorden. Willem Barentsz voerde het commando over twee schepen. Zij voeren naar Nova Zembla, en daar langs de westkust naar het noorden, waar ze in het pakijs vast kwamen te zitten.
De andere twee schepen gingen door een zeestraat ten zuiden van Nova Zembla en bereikten daar de ingang van de Karazee. Ze zagen een blauwe zee die wel wat van de Middellandse Zee leek weg te hebben. En die zich, zo vermoedden ze, wel tot aan de handelsgebieden in het oosten moest uitstrekken. Een vrije doorgang naar het oosten leek gevonden.

Een jaar later een veel grotere expeditie
Een jaar later vertrok een veel grootser aangepakte expeditie, ditmaal bestaand uit 7 schepen. Opnieuw gingen ze naar de zeestraat ten zuiden van Nova Zembla, in de hoop de nieuwe zee erachter te bereiken. Ze keerden echter totaal ontgoocheld terug.
Niet de beloofde blauwe zee was hun deel, maar ook de daarop aanwezige en onafzienbare ijsvlaktes en een gure wind. Op instigatie van de Amsterdamse dominee Plancius, die niet wilde opgeven en zei dat – om een vrije doorvaart te bereiken – niet de zuidpunt maar juist de noordpunt van Nova Zembla omzeild moest worden, werd nog een laatste – derde expeditie opgetuigd, onder leiding van Willem Barentsz. Op 10 mei 1596 vertrok deze, bestaand uit twee kleine schepen, voor de tocht naar het noorden.
Dagboek
Dat we zoveel van deze laatste expeditie weten, komt doordat een van de bemanningsleden (Gerrit de Veer) een nauwkeurig dagboek van de gebeurtenissen bijhield. Na ongeveer een maand varen kwamen de schepen in het eerste drijfijs terecht. Vermoed werd dat Groenland dichterbij kwam, maar in werkelijkheid was het Bereneiland dat na enige tijd in zicht kwam; de eerste ontdekking van de expeditie. Het eiland kreeg de naam doordat de bemanning van de schepen er een urenlange veldslag voerde met een sterke ijsbeer die was komen aanlopen. Pas na twee uur liep de beer weg, een bijl nog in de rug met zich meedragend.
De reis ging verder. Ongeveer een week later, rond 15 juni, kwamen de mannen een naar vermoeden verlaten schip tegen. Het bleek uiteindelijk het karkas van een dode walvis te zijn, waarop een hele kolonie aan schreeuwende zeevogels meevoer. Nog 4 dagen later, op 19 juni doemde weer een nieuw land op; Spitsbergen werd ontdekt. En passant loste de bemanning het raadsel van de rotganzen op. Tot dat moment werd gedacht dat jonge rotganzen in Schotland aan bomen groeiden, maar nu zagen ze de vogels op het land ineens eieren leggen.
Splitsing
Hooglopende ruzie tussen Willem Barentsz en een van zijn schippers leidde ertoe dat de twee schepen nu splitsten. Een ervan, onder leiding van Jan Cornelisz de Rijp ging verder naar het noordwesten, in een poging om zo aan de ijsvelden te ontkomen. Barentsz voer met zijn schip naar het noordoosten, richting Nova Zembla.
Vanaf 17 juli volgden ze de kust van Nova Zembla naar het noorden. Hoewel de ijsvelden steeds dreigender werden en hongerige ijsberen ook steeds vaker het schip omgaven, slaagden de expeditieleden erin de noordelijkste punt te ronden. Verder langs de oostkust naar het zuiden varen was door het ijs ondoenlijk. Geleidelijk werd duidelijk dat alleen de weg terug nog een optie was. Zelfs dat kwam er echter niet meer van. Een ‘veilige’ baai kon nog worden bereikt. Daar kwam het schip, door het oprukkende ijs, in plaats van in het water op het ijs terecht. En was vluchten er voor de mannen niet meer bij.
Er zat dus niets anders op dan te overwinteren. Met in de baai aangespoeld wrakhout, maar uiteindelijk ook met hout van het gestrande schip, werd een onderkomen getimmerd dat later als het Behouden Huys bekend zou worden. Maanden vol ontberingen volgden.
Op de voorraden alleen konden de mannen het nauwelijks redden. In het koudste deel van de poolnacht bleven de ijsberen weg. Poolvossen kwamen ervoor in de plaats. De mannen plaatsten vallen om ze te vangen. Het vlees aten ze en de pelzen gebruikten ze voor kleding en dekens. Dankzij de vitaminen in het vlees van de poolvossen bleef scheurbuik de gestrande bemanning bespaard.

Terug in open boten
Toen het voorjaar werd, verbeterden de omstandigheden geleidelijk. Meer en meer begonnen de mannen aan de terugtocht te denken. Doordat het schip niet meer geschikt was, moest het een terugtocht in open boten worden.
Na een lange periode van voorbereidingen vetrokken de nog 15 overgebleven bemanningsleden van Nova Zembla, na daar 9 maanden en 20 dagen te hebben verbleven, en begonnen aan een zware tocht terug, via de route waarover ze gekomen waren.
Barentsz zelf overleefde de tocht niet
Willem Barentsz zelf overleefde die tocht niet. Na een week al stierf hij aan boord van een van de open boten. Twee andere bemanningsleden kwamen later om. De andere 12 waren ruim 2 maanden onderweg en roeiden naar het in Noord-Rusland gelegen Kola. Daar wachtte het andere schip, waar de expeditie ooit mee begon, van De Rijp hen op.
Eind oktober 1597 kwam dat schip in Amsterdam terug. De mannen van de expeditie van Willem Barentsz in hun van pelzen van poolvossen gemaakte kleding waren een bezienswaardigheid, maar gingen ‘elk huns weegs’.
Museum op Terschelling
Wie nog iets van de expeditie van Willem Barentsz terug wil zien, kan op Terschelling in museum ’t Behouden Huys terecht, waar ook nog een replica is te bezichtigen van het onderkomen waarin Willem Barentsz en zijn mannen de poolnacht op Nova Zembla hebben doorgebracht.
Hoewel de noordoostelijke doorvaart toen nog een onneembare horde bleek, is de reis van Barentsz uiteindelijk wel succesvol geweest. Zo werden Bereneiland en Spitsbergen ontdekt. Verder hebben ook de Waddeneilanden in de eeuwen daarna enige tijd kunnen profiteren van de economische voordelen van de walvisjacht, die na de expeditie op gang kwam.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
De drijvende kracht achter de vulkaanuitbarstingen op Reykjanes
Lenteverwachting 2025: er tekent zich een droog en warm patroon af
Instorting poolwervel een feit, aanvulling op lenteverwachting 2025
30-Daagse (+): zonnig, droog en even kouder. Onzekerheid SSW blijft
Volg ons ook op facebook en X!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller